Januari 2016: Welke voornemens?

2 Februari 2016

Nog voordat ik überhaupt mijn goede voornemens op papier heb gezet is er al een maand verstreken in het nieuwe jaar. Niet dat ik een oneindig lange waslijst wilde opstellen met zaken die ik nu in dit betreffende jaar wel zou gaan doen in plaats van de afgelopen jaren. Absoluut niet. Maar toch, … wat is 1/12de jaar weer snel voorbij gegaan.

Eind 2015, net voor de jaarwisseling, werd ik opgeschrikt. Wakker geschud. Tijd om abrupt van mijn luchtbed af te komen en mijn zonnenbril van mijn neus te halen (lees: een jaar bij te bloggen of beter gezegd, een nieuwe draai te geven aan de website).
2015 stelde ik mezelf het doel om gewoon te overleven. Om alles tot me te laten komen en te zien waar we als gezin terecht zouden komen. Geen voornemens. Geen vastgestelde doelen. Gewoon. Het leven te leiden zoals het voorbij zou komen. 12 januari 2015 was een geijkte datum, alles daarna was blanco. T/m 11 januari zou ik mijn laatste restantje WW ontvangen en daarna zou ik niet veel meer zijn dan een BSN-nummer bij de belastingdienst. Geen inkomen. Geen dekmantel. Geen regels. Toen de kalender eindelijk deze datum bereikte sprak ik met mijn man af: ¨Vanaf nu heb ik een jaar vakantie. Eindelijk hoef ik niets meer. Eindelijk kan ik mijn leventje gaan oppakken. Werken aan mezelf. Werken aan mijn gezondheid. En eigenlijk op de eerste plaats, werken aan ons gezin.¨ Vanaf deze datum kon ik eindelijk echt de mama zijn waar Vlinder 24/7 op kon rekenen (in iedergeval qua aandacht). Rust. Reinheid. En regelmaat. 12 januari 2015 blies ik visueel mijn luchtbed op, zette een zonnenbril op mijn neus en ging ik liggen. Dobberen op een oneindig rustig meer. Ik genoot van de deiningen, de zon en de wind die stiekem aan mijn haren trok. Maar ook van de rust. Het mogen blijven liggen. Geen verantwoording af te hoeven leggen en geen veroordelingen te ontvangen. Wat een heerlijke tijd.

De dag 12 januari 2016, een jaar na de verlossing van het #UWV, is onopgemerkt voorbij gegaan. En maar goed ook. Niet meer stil blijven staan bij, maar gewoon doorgaan. Oppakken. Opbouwen.
En dat deed ik ook de afgelopen maand. Een ongeschreven voornemen was in ieder geval: Kansen pakken als ze voorbij komen. Kansen die me voldoening zouden geven. Voldoening om vervolgens weer een stapje verder te komen.

Ik begon weer met het maken van een gezond ontbijt. Onontbeerlijk bij het begin van iedere dag. Dit goede was tijdens de feestdagen een beetje ondergesneeuwd. Of beter gezegd, andere zaken werden een beetje teveel weggesnaaid. Een easy karweitje en veel goeds:
Havervlokken, Speltvlokken, Gepofte Amaranth, Noten en Zemelen

20160104_144548 De aanschaf van een 4e paar Dr. Martens (met gigantische korting 😉 ) zorgde er voor dat ik eindelijk mijn schoenen met hakken vaarwel zei. Eind december trachtte ik tijdens het kerstdiner van Vlinder op school nog eens een verwoede poging te doen om op dit schoeisel te lopen. Waarom toch? Wellicht om niet toe te willen geven dat ik het gewoon niet meer kan. Ik leerde mijn les door met verschrikkelijke pijn opgezadeld te worden. D´r uit. Weg ermee! De slogan: What do you stand for. Nou dat dus. Tijdloos, stevig en een beetje tegendraads 😉
En oh ja, wegens een verbod op gratis plastic tasjes kocht ik ook maar meteen een bijpassende lederen tas. Want ook die mocht wel eens vervangen worden. Check!
20160105_140243                                                    Nieuw schoeisel vs. oud 🙂

20160105_141106

Begin januari kwam ik met een moeder van een klasgenootje van Vlinder in gesprek. Zo´n schoolpoortgesprek waar iemand je even aanschiet voor een vraag. Eind december maakte ik met deze moeder voor het eerst een praatje. Ze blijkt gewoon bij ons in de straat te wonen. Een paar huizen verderop…. Een bijna buurvrouw waar we klaarblijkelijk al bijna 10 jaar bij in de buurt wonen. Ja, ja. Ook dat gebeurt wanneer je tijd en rust hebt, je ontdekt wie er allemaal bij je in de buurt woont. De moeder vertelde dat ze in de carnavalswerkgroep van school zat en vroeg of ik interesse had om mee te helpen aan een bolderwagen voor de klas van haar dochter en Vlinder. Er zou immers een heuse carnavalsoptocht georganiseerd gaan worden door de werkgroep. Voor de eerste keer wel te verstaan. Hier had ik eigenlijk wel oren naar. Kansen pakken had ik me toch voorgenomen? En zo geschiedde…
Eerst babbelde we wat bij. Want we hadden werkelijk geen idee wie ieder voor zich had. Er werden dus heel wat kopjes koffie gezet…en koekjes gegeten. Ondertussen regelde de bijna buurvrouw materiaal om het e.a. te kunnen maken. Zo kregen we een gigantische rol blauwe foam van Sekisui. Een bijna net zo´n grote rol geel en een stuk zwarte foam. Er was niet veel tijd nodig om te concluderen dat hier uitstekend een Minion mee gemaakt kon worden. En hé, waar zijn kinderen momenteel idolaat van. Precies, van die gele irritante mannetjes. Met behulp van een skippybal en meegeleverde tape ontstond binnen enkele dagen het silhouette van een Minion. Onze Prins Minion de 1ste. De afwerking nam ik voor mijn rekening.
20160113_09225520160113_11273520160114_132939
20160114_15313620160119_15500020160120_085538
Ondertussen rees het idee, toen er inmiddels twee bolderkarren voor handen waren, om voor een andere klas een huifkar te maken. Ook deze knutselde ik in elkaar. Spontaan leefde ik zoals ¨vroeger¨. De tijd waar ik altijd graag naar terugkijk: Mijn studententijd. De tijd die ik doorbracht in Sittard en naderhand Maastricht op de Fontys Hogeschool om mijn diploma RuFi (Toegepaste vakken en Ruimtelijk Figuratievevormgeving) te halen. Of wellicht nog meer aan mijn stage bij Joop van den Heuvel welke menige attractie van de Efteling heeft vormgegeven. Tevens de plek waar ik een bedrijfsongeval kreeg en mijn toekomst voor een deel al meteen in duigen lag….
Nu kreeg ik een soort 2e kans om datgene te doen wat ik eigenlijk altijd graag heb willen doen. Bedenken, creëren, maken en concessies doen. Alleen deze keer niet volgens het boekje. Geen voorstudie. Geen proefje. Gewoon aan de bak en zien waar het schip strand. Wat hebben we een lol gehad! En nog beter. Deze keer geen nachtwerk, zelfs op tijd klaar. En maar goed ook. Gisteren kwam de man met de hamer. Het welbekende fenomeen wat ik eigenlijk zolang mogelijk bij me vandaan heb willen houden. Maar uiteindelijk toch toe heb moeten laten. Ik ben chronisch ziek. Ik heb chronische pijn. En helaas gaat het licht zo nu en dan ook chronisch flikkeren. Een teken dat ik teveel gevergd heb. Dat ik de pijn te lang genegeerd heb (want hé, pijn is voor watjes toch?) en dat mijn lijf te goed is in het aanmaken van adrenaline. Gisteren was de interne drugs op. De chaos en de overige op de vork genomen ¨verplichtingen¨ werden te veel. Ik werd er aan het begin van de dag grumpy van en lag in de vroege avond gestrekt op bed naar lucht te happen als een vis op het droge. Oké Kim. Je weet wel, grenzen. Oehhh, wat heb ik toch een hekel aan dat woord. Ik blijf dit woord zien als een beperking in plaats van een veilig kader. Zo fout. Maar goed, ik heb nog 11/12de deel van dit jaar om hier aan te werken.

Een dag later is de innerlijke lucht geklaard. Relatief snel.
Nu overheerst het trotsgevoel. Het gevoel van: Ik doe weer mee.
Sarcastisch gezien zou ik bijna zeggen: Bent u nu ook een beetje trots meneer Rutte? Ik participeer. Ik zet me in en dat zonder een cent te kosten! #participatiemaatschappij

Nee!
Ik ben trots en dat wil ik zo houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *