Gevraagd: Licht voor Vlinder

Lang voordat de wekker van zich zou laten horen, was ik al wakker.
Niet zo zeer door enge spanning, maar meer door een gekoesterd verlangen. Zou het vandaag dan wel raak zijn? Eindelijk echt raak? Een lichtje vinden dat aangaat en Vlinder gaat bijschijnen om stappen te kunnen gaan maken? Stappen die nodig zijn voor een stabiele constructie voor de toekomst. Ik probeerde het gevoel van hoop te vermijden. Want te vaak hebben we al hoop gehad en bleek juist het tegenovergestelde te gebeuren.

 

“Vlinder” tijdens de Nachtvlindernacht

De man des huizes heeft de ochtend vrij en Vlinder blijft uit school. Samen maken we ons op om terug te gaan naar de locatie waar we een jaar of vier geleden flink strandden. Toen vervloog hoop in het niets en bleven we achter met zware bagage. Bagage van het niet ondersteund worden bij een kind waar het allemaal net wat anders bij en mee gaat. Volgens (niet)kenners: Het oh-zo-normaal-ogende kind, het je-ziet-er-niets-aan-kind, het oh-, ja-maar-dat-doen-ze-allemaal-kind. Of, ja-maar-dat-is-een-fase-kind… Of…vul maar gelijkende uitspraken in.

Ondanks de te zware bagage, de alledaagse en de inmiddels extra toegeworpen bagage, trok ik een paar maanden geleden de stoute schoenen aan om een belletje te plegen naar de betreffende instantie en me behoorlijk anders voor te doen dan dat ik normaal ben. Na de 1ste en 2de lijns telefonisten te hebben gepasseerd kwam ik uiteindelijk terecht bij een instroomcoördinator. Binnen een paar tactisch gestelde vragen kreeg ik de vraag terug: Bent u een verwijzer of wat is uw functie? “Nou mevrouw, ik ben een ouder”. Een ouder die inmiddels te veel deuken heeft opgelopen door oordelen en onbegrip. Een ouder die eerst exact wil weten wat de disciplines zijn zodat ze weet wat ze kan verwachten voordat er weer een, wellicht onzinnig, traject wordt opgestart. De instroomcoördinator kreeg snel door dat dit belletje niet voor niets was. Dat dit betreffende belletje moest ontaarden in een actie buiten het uitgeschreven protocol. Op verzoek stuurde ik de mevrouw gevraagde informatie. Ze gaf de belofte af overleg te plegen en mij terug te bellen. Dit laatste gebeurde. Zelfs eerder dan dat ik had verwacht.

Zo kwamen wij afgelopen mei terug op de gevreesde locatie. Op de weg er naar toe voelde ik overal bevingen in mijn lichaam. Spieren trilden heen en weer. Ingeademde lucht bereikte nog nauwelijks mijn longen. Toch stapten mijn man en ik samen naar binnen en meldden ons bij de bekende balie. Het wachten op de afspraak duurde lang. Nog niet zo zeer in minuten, maar meer omdat ik zo snel mogelijk weg wilde. Het minste of geringste aan herkenning van de locatie voedde mijn woedegevoel over jaren geleden. Hoewel ik mijn hoofd had opgedragen zo neutraal mogelijk te laten functioneren, bleek mijn hart een enorme brandhaard te zijn. Een nog onbekende instroomcoördinator kwam ons ophalen uit de wachtruimte. Deze mevrouw kreeg van mijn hart geen eerlijke kans om kennis te maken. Ik werd bijna misselijk van het sarcasme dat overal en nergens uit mijn lichaam naar boven kwam tijdens het wachten bij de koffieautomaat. Wederom droeg ik mezelf op: Nu is nu en laat de rest los. Eindelijk lukte het. We werden naar een klein kamertje geleid om daar kennis te maken met de mevrouw die ik telefonisch aan de tand had gevoeld. Beide dames waren onwennig. De spanning was door iedereen voelbaar. Want hoe nu te handelen zonder protocol? Hoe moet deze case aangepakt worden? Gewoon, door het gesprek te starten. Ik liet de dames hun woord doen. Ik bleef zelf gereserveerd en terughoudend. Ondanks dat de afspraak op een niet gebruikelijke wijze tot stand was gekomen proefde ik hokjesdenken. Zag ik de gesprekspartners bakjes in hun hoofden zoeken om informatie in op te bergen. Ik wachtte mijn moment geduldig af. Ineens was het daar. Ik haakte in en zocht tegelijkertijd beeldmateriaal op mijn telefoon op. De leeuwin in mij werd wakker: “Nu eis ik dat jullie hier naar kijken, dan weten jullie waar het over gaat en ik waarschuw jullie alvast voor de piep die jullie nog enige tijd in jullie oren horen.”. Ik bestuurde de gezichten van de dames tijdens het bekijken van het beeldmateriaal. Deze verschoten behoorlijk op het hoogtepunt van het betreffende filmpje. Na afloop was het stil en besloot ik het gesprek zelf weer op te starten. “Dit is het gedrag waar wij jaren geleden voor aanklopten. Kunt u zich nu voorstellen dat wij als ouders ons niet gehoord voelen als een psycholoog zegt: “Ja maar ik zag niets opmerkelijks tijdens de observatie.” Wij hebben er jaren over gedaan om dit vast te kunnen leggen. Ze laat zich niet vastleggen, laat staan zien aan anderen. En sowieso, je zien laten. Onze dochter is geen circusvoorstelling!”

De dames bleven wederom stil. Ook zag ik opnieuw puzzelende gezichten. Deze keer niet op zoek naar antwoordenbakjes, maar naar de vraag: Hoe houden jullie dit vol? “Exact mevrouw, dat vragen wij ons ook nog steeds af!” Eindelijk verdween de benauwende spanning uit de kamer. Er kwam weer lucht in mijn longen. Ik kon mijn harnas laten zakken. Onze toon was gezet. We kregen de vraag of er nog de mogelijkheid was om opnieuw vertrouwen te krijgen om bij deze instantie een nieuw traject te beginnen. Waar direct de aanvulling op kwam dat ze zich realiseerden dat zij de enige instantie zijn waarvan de speciale therapie vergoed wordt door de gemeente.

Vandaag was dan de dag om kennis te maken met de therapeut. Ook deze liet zich fysiek en verbaal bijstaan door een collega. Hoewel dit ook protocollair is vastgelegd, is het in onze case ook zeer wenselijk. Ook deze dames kwamen zich tijdens de afspraak tegen: Geen hokjes denken, maar vragen, vooral, heel veel vragen. Overleggen en vervolgens weer doorvragen.
Het tij lijkt, wat deze instantie betreft, gekeerd. Nu rest nog het wachten op het echte traject: De start van de therapie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *